José Bruffaerts       Ecrivain Public

 

     
 

 


 
De Angstaanjagers van de Amstel Gold Race


 

Eerste pedaalslagen van het voorjaar. Het Mergelland wordt versmacht onder een grauwe mantel. De koude bijt. De “Cauberg” en de “Keutenberg”, twee kuitenbijters die reeds op mijn actief staan, laat ik links liggen en kies het toeristische stadje Gulpen als vertrekpunt voor enkele nieuwe klimmetjes welke door een Nederlandse vriend van me in het kader van het Internationaal Klimmers Brevet werden opgevist.

 

Eerste op de lijst. Ere wie ere toekomt : “De Koning van Spanje”. De Gulperberg heeft z’n bijnaam niet gestolen. Inderdaad. Keizer Karel logeerde er destijds in het kasteel Neubourg. Het is het hoogtepunt van mijn tocht. Steile klim, rustplaats op de top, prachtig panoramisch zicht op de valleien van de Gulp en de Geule. Het Heuvelland ontbloot zich in zijn volle pracht. Vakantie- en logeercentra naar ieders beurs. Hotels, campings, familiepensions, kamers en verblijven op de boerderij genoeg. Heel degelijk uitgezette omlopen, toegankelijk voor alle leeftijden, vind je er in overvloed.

Vervolgens. Een heuvelrug die uitgeeft op de bochtige verkeersweg van Slenaken naar Waals. Deze baant zich een panoramische weg onder de eikenbomen van “Vijlen”. Dit dorp, dat zich aandient als de tweede beklimming uit het parkoers, gaat er prat op de hoogstgelegen plaats van Nederland te zijn. Aan de voet van de slingerbochten van de tegenoverstaande helling, te Raeren, rechts afslaand naar “Wolfhaag”, begeef ik me nog maar eens naar de enige col in Nederland, van verre herkenbaar aan het witte gebouw dat ooit dienst deed als douanekantoor.
 

"Drielandenpunt"

Bij het binnenrijden van Gemmenich fiets ik als het ware van ene land naar het andere. Het bord “Drielandenpunt” verwijst me terug naar Nederland, langs twee slingerbochten die geenszins moeten onderdoen voor deze in het Alpengebied. De ontdekking van deze euroregio loont de moeite. Sinds eeuwen is deze uithoek een bron van onenigheid en een uitverkoren terrein voor aanvallers. Het “Drielandenpunt”, hoogste punt van Nederland (322m) is de top van een bebost massief waar Belgische, Nederlandse en Duitse grenslijn mekaar raken : getuige ervan de drie grenspalen. Een moderne observatietoren heeft de oude metalen uitkijktoren vervangen, die me dunkt werd verkleind en een honderdtal meter verplaatst. Illusie of werkelijkheid : Wie zal het zeggen ! Maar voordat deze enclave een geprivilegieerde plaats voor rijwieltoeristen werd, kende ze een heel ander verleden. Na de nederlaag van Napoleon werd er door de overwinnaars van de keizer hevig geruzied over deze streek waar de zinkindustrie bloeide. Om alle naties tevreden te stellen werd dan maar besloten het gebied in drieën op te delen, een eerste deel voor Nederland, het tweede voor Pruisen en daar in die tijd Belgïe het levenslicht nog niet had gezien, zou het derde onafhankelijk blijven. Later is deze verloren hoek van Belgïe het toneel geweest van de eerste gruwelijkheden gepleegd door de Pruisische ruiters in augustus 1914. Deze laatsten dachten, ten onrechte, het doelwit te zijn van burgerlijke sluipschutters. Welnu, van bij het begin der vijandelijheden, koos de bevelhebber van het Belgisch leger, gelet op de enorme numerieke minderheid van zijn troepen, voor een bijzondere tactiek om de opmars van de vijand tegen te houden. Aangekomen bij een vooruitgeschoven post, gingen enkele schutters per fiets aan de rand van het dorp, in de bijgebouwen van een hoeve, achter een muur, een haag of in een schuur in een hinderlaag liggen.
Zodra vijandelijke troepen de weg naderden, openden zij het vuur en verdwenen dan als bij toverslag langs paadjes die ze kenden als hun broekzak.
 

Te Vaals laat ik me er niet toe verleiden de streekspecialiteit, een heerlijke siroop van appels en peren te proeven, doch zet ik de koers naar Simpelveld om de “Oude Huls” te beklimmen. De heuvelachtige weg naar het Simpelveld doet mij denken aan de strook asfalt tussen Bédoin en Malaucène aan de voet van de Ventoux. Overdrijving mijnentwege : O.K., maar ik blijf erbij : het is een zeikerd die op den duur brokken maakt.

Oude Huls”, “Eyserbos” en Kruishoeve via de “Fromberg” worden achtereenvolgens met “ de kleine molen” genomen. Al deze beklimmingen hebben één punt gemeen; het zijn muren die de kilometer niet overschrijden. Van de drie beklimmingen onthoud ik de panoramische route vanaf de Fromberg tot de Kruishoeve, langsheen hoeve “Ponderosa” die bij mij herinneringen oproept uit “Bonanza”, een geliefd feuilleton uit mijn prille jeugd.
Laatste beklimming van mijn tocht : de “Dode Man”. Minder steil dan de Keutenberg waarvan de toegang echter moeilijker te vinden is. Deze kleine afschrikker zal meer dan één voet aan grond doen zetten. Aan ieder voor zich om zijn versnellingen aan te passen aan zijn humeur en verwachtingen.

Tot slot, ik heb me weer eens lekker uitgeleefd op de hellingen van de Amstel Gold Race.


 

Lente 1997

 

Andere tochten

bruffaertsjo@skynet.be